Sabine van der Wal in het spotlicht
‘Het welzijn van het kind voorop’
‘Bewegen’ en ‘ondersteunen’: dat zijn twee werkwoorden die echt van toepassing zijn op Sabine van der Wal. Geen toeval dus dat ze sport- en bewegingseducatie (nu sportkunde) studeerde en als buurtsportcoach van Gorinchem-Oost helemaal als een vis in het water is.
Geboren in ’s-Hertogenbosch eind augustus 1990 en daar getogen. Enigst kind. Het belang van en plezier in bewegen is haar met de paplepel ingegoten. Haar ouders hebben Sabine altijd gestimuleerd om op sport te gaan. Ze beoefende er een aantal, maar gaat helemaal voor badminton: “Lekker dynamisch en intensief”, vindt ze.
Lekker positief bezig zijn
Badmintonnen doet ze zeer fanatiek vanaf haar achtste en -met een korte pauze in haar jonge twintiger jaren – tot de dag van vandaag. Daarnaast wandelt ze om haar spieren sterk te houden. En dan heeft zo ook heel lang bij de scouting gezeten, als lid en in de leiding. “Sport brengt me sociale contacten, ontspanning, plezier en uitdaging”, vertelt ze, “ik kan dan mezelf zijn en lekker positief bezig zijn.”
Zorgzaam zijn
Met een moeder die de ziekte MS heeft, leerde Sabine op jonge leeftijd al om zorgzaam te zijn en anderen te ondersteunen. “Ik weet niet beter dan dat mijn moeder MS heeft. Mijn ouders en haar ziekte hebben mij nooit belemmerd. Sommige dingen waren wel anders dan bij anderen. Zo bracht mij moeder me op de scootmobiel naar school en niet met de fiets. En ik had thuis wel wat zorgtaakjes. Of ging af en toe mee naar het ziekenhuis”, vertelt ze.
Meer zelfverzekerd
Los daarvan was het vroeger niet altijd even gemakkelijk. “Ik was wat onzeker als kind. Er waren een paar goede vriendinnen, maar ook pesters. Inmiddels ben ik veel meer zelfverzekerd. Maar mijn neiging is bij nieuwe contacten wel om eerst even de kat uit de boom te kijken en te zien hoe de hazen lopen. Ik kijk eerst goed hoe iemand als persoon is. Daardoor heb ik ook snel door hoe mensen zijn.”
Sportkunde
“Ik heb altijd geweten: ik wil in mijn werk iets doen met het ondersteunen van mensen. Dat gaat me namelijk heel natuurlijk af. En iets met sport. Dus de studie sportkunde waarvoor ik uiteindelijk koos, was me op het lijf geschreven. Na het afstuderen lukte het niet 1-2-3 om aan werk te komen. De banen lagen in de tijd niet voor het oprapen. ‘Geen werkervaring’ was ook een reden voor afwijzing. En dat terwijl ik gedurende de vier jaar opleiding stages heb gelopen.”
Vrijwilligerswerk
Om ook op werkgebied in beweging te blijven, deed ze hier en daar vrijwilligerswerk, waaronder jeugdambassadeur voor de gemeente ’s-Hertogenbosch. Ze vond uiteindelijk toch een baan in haar vakgebied bij BINT welzijn in Sint-Michielsgestel als buurtsportcoach voor 24 uur per week. Daar heeft ze bijna 5 jaar gewerkt; 4,5 jaar geleden stapte ze over naar de gemeente Gorinchem. “Ik zag bij BINT geen ontwikkelingsmogelijkheden meer en miste uitdaging.”
Klein Den Bosch
Gorinchem is inmiddels de plek waar ze woont, werkt en badmintont. “Ik vind het hier net klein Den Bosch en hou van het stadse karakter van Gorinchem. Toen ik hier kwam werken, zaten we midden in coronatijd. Wel even lastig, om contacten op te bouwen en te onderhouden.”
Geluksmomentjes
Een buurtcoach brengt partijen uit de wijk samen en helpt nieuwe initiatieven op weg. Sabine: “Ik coördineer het hele jaar door sportactiviteiten voor na schooltijd in Gorinchem-Oost. Voor mijn werk heb ik veel contact met de scholen en ik ondersteun sportverenigingen daar waar nodig. Daarnaast coördineer ik Gorinchem-breed de schoolsporttoernooien voor het voortgezet onderwijs.” Dit werk brengt Sabine af en toe echt geluksmomentjes: “Als ik een kind zie groeien bijvoorbeeld, dat is zo mooi om te zien. Dat ze trots op zichzelf zijn. Dat je dan spontaan gewoon een knuffel krijgt als blijk van waardering”, glundert ze.
Het begint bij ouders
Naast dat sporten gewoon goed is voor elk kind, leert het er ook sociale vaardigheden mee. Hoe je omgaat met groepsdynamiek, met winnen en verliezen. Vaardigheden die je niet meekrijgt als je de hele dag achter een (beeld)scherm zit. “Ik vind dat het grotendeels bij de ouders ligt om hun kinderen te stimuleren te gaan sporten. We kunnen als gemeente wel beleid maken en scholen kunnen programma’s opzetten, maar het begint bij de ouders. Wij zitten in de preventieve hoek en kunnen ondersteunen en signaleren.”
‘Investeer in preventie’
Op het vlak van de concrete samenwerking hoopt Sabine: “Niet bezuinigen op preventie maar juist daarin investeren. Zodat je problemen op langere termijn kunt voorkomen. Het liefst zie ik dat we op het niveau van het kind als school/gemeente/jeugdteam met elkaar samenwerken om te kijken hoe we met elkaar voor dat kind kunnen zorgen. En dat die samenwerking leidt tot een plan voor dat ene kind. Natuurlijk staat onder meer de AVG privacywet dat deels in de weg. Laten we minder spastisch doen over die regels en het welzijn van het kind voorop stellen. Het is nu niet mijn rol/functie om een dergelijke structuur op te zetten. Ik weet dat er al mensen mee bezig zijn. Maar het duurt altijd een tijdje voordat ‘t staat.”
Sabine stond op 7 mei 2025 in het spotlicht.
