de bewoners


Bijdrage aan biodiversiteit

Omdat het insectenhotel een goed onderkomen biedt, komen insecten er graag op af. Het is er dan ook een komen en gaan wijkbewoners van allerlei soorten. Zoals gaasvliegen, lieveheersbeestjes, sluipwespen en pissebedden. Vliegjes, bijen, vlinders, torretjes... wel honderden soorten diertjes.

Je ziet al snel dat het insectenhotel bewoont raakt. Er zijn wilde bijen die heel fraai de gaatjes in het hotel dichtmetselen. Hierachter hebben zij een eitje gelegd waar uiteindelijk de larven tot ontwikkeling komen, het gaatje weer open maken en uitvliegen. Ook zie je dat wilde bijen en of allerhande soorten wespen in zo’n gaatje huizen; hun kopje steekt dan net naar buiten. Door het af- en aanvliegen van insecten op een zonnige dag rond het hotel, geeft aan dat het wordt bewoond.


Steentje bijdragen

Elk van hen heeft een eigen rol in de natuur. Zo zijn sluipwespen ware (luizen)bestrijders van onder meer schadelijke rupsen, luizen en andere insecten. Zij leggen hun eitjes in rups of larve waarna deze van binnenuit worden opgegeten. Een beetje een horrorverhaal, maar het draagt ertoe bij dat overlastgevende insecten geen plaag worden.

Ook andere insecten zijn natuurlijke vijanden van beestjes die je liever niet in de buurt hebt, zoals de mug, de huisvlieg en de oorworm. De oorworm is nuttig op het moment dat ze bovengronds leven. Dat is ongeveer tussen juni en oktober. Vooral als je fruitbomen in de tuin hebt staan, bewijzen zij hun nut. Ze eten veel plaaginsecten die in fruitbomen voorkomen zoals fruitmot, appelbloedluis, perenbladvlo, bladluizen, bladgalmuggen en zelfs schildluizen.

Wilde bijen verzamelen nectar en verspreiden stuifmeel dat aan hun pootjes blijft plakken. Zij vliegen van de ene naar de andere bloem waardoor het stuifmeel wordt afgezet. Op die manier bestuiven zij andere bloemen waardoor er vruchtbare zaadjes ontwikkelen. Zodoende ontstaan er weer nieuwe planten en is het voortbestaan van de soort verzekerd. 

Pissebedden maken graag gebruik van insectenhotels. Hun voedsel bestaat uit dode plantenresten, rottend hout en bladeren. De uitwerpselen zitten vol met belangrijke voedingsstoffen voor de bodem. Hierdoor kunnen nieuwe planten goed groeien. 

Zo dragen ze allemaal hun steentje bij aan de biodiversiteit.