Beste mensen, laat ik mij even voorstellen.
Ik heet Jussi en woon met mijn baas en het vrouwtje in het Verre Oosten van Gorinchem. Ik ben een dwergpoedel. Jawel, met stamboom. En als ik verdwaal, en bij een dierenarts wordt gebracht, waar ook ter wereld, dan kan zo’n dokter een chip vinden in mijn nek met een nummer dat hij kan opzoeken in zijn computer. En dan kan hij direct mijn baas opbellen. Toch een veilig gevoel, nietwaar? Ik heb ook nog een soort medaille aan mijn halsband hangen, en daar staat het ook op. Safety first, zegt de baas altijd. Liever dubbel dan helemaal niks. Ik ben helemaal niet van plan om weg te lopen, maar je weet het maar nooit, toch?
Het Verre Oosten van Gorinchem ziet er al een tijdje uit als één grote bouwput. Er worden alsmaar gaten gegraven en weer dichtgegooid, ze slaan hele lange palen in de grond en er ligt zoveel zand (waar je lekker in kunt rondrennen) dat je niet raar zou opkijken als je er een paar kamelen zou zien rondlopen.
Er worden heel veel mooie huizen getimmerd en gemetseld, maar is er nu pas een heel mooi gebouw neergezet – het Dalemplein – waar kinderen wordt geleerd om braaf te zijn. Ik heb dat niet nodig, want ik was al braaf toen ik werd geboren. Ernaast komt een hele leuke witte kerk. Zo’n leuke kerk heb ik nog niet eerder gezien. Daarnaast staat nu ook een groot nieuw huis voor mensen die niets meer kunnen onthouden. Dan wordt het lastig, hoor. Dan kun je niet meer thuis blijven wonen.
Maar het mooiste moet nog komen, heb ik gehoord. Waar nu de Laagdalemseweg ligt, een weg met allemaal hobbels en rare brokken beton, komt het Lint. Een weg van bijna een kilometer lang met zóveel bomen en groen, dat je je in de hondenhemel waant. Wat een mooi vooruitzicht.
Op het moment dat ik dit verhaaltje door mijn baas naar SamenGorinchem heb laten sturen is er een echte oorlog aan de gang. In een land, niet eens zo ver van hier. Ik heb een hekel aan vuurwerk op oudejaarsdag. Maar wat denk je als ze met echte bommen, raketten en granaten aan de gang gaan? En als de baasjes moeten vluchten en hun honden en poezen moeten achterlaten omdat ze toch al zo weinig kunnen meenemen? Er zijn wel dierenasiels zoals bij ons, maar hoe kom je aan eten voor die dieren in een grote stad waar soldaten aan het schieten zijn en de raketten om je oren vliegen?
Het moet heel erg zijn om dat mee te moeten maken. En niemand weet hoe dit af gaat lopen. Het ergste is misschien nog wel dat er nog steeds mensen zijn met te veel macht en te veel geld die zulke nare dingen kunnen bedenken en kunnen laten gebeuren. Die zelfs dreigen met de ergste wapens die er zijn. Niemand lijkt iets te leren van de oorlogen die er al eerder geweest zijn. Ik begrijp er helemaal niets van.
Maar ik moet het kort houden. En daarom sluit ik af met – helaas – nog iets anders verdrietigs.
In Gorkum Oost woonde – tot een poosje geleden – een beroemde poes: Jopie.
Met Jopie had ik een bijzondere relatie. Zij bewaakte als poortwachter de toegang tot de wijk. Terwijl ikzelf als onbetaald wijkagent de rest van de wijk in de gaten hou. En niet lang geleden is ze doodgereden.
Van het wachthuisje is nu alleen de bodem nog over. En dat zie je op een foto onder mijn verhaaltje.
Ik mis haar erg, want we gingen bijna elke dag even kijken of ze ‘thuis’ was.