Kees van der Esch is vrijwilliger bij Natuurcentrum Gorinchem
Hij heeft iets met groen, dat is duidelijk. Maar de kleur blauw vindt hij ook prachtig en dat hele diepe geraniumrood of, een kleur die op dit moment nogal hot is, oranje. Al volgt Kees van der Esch (67) geen modetrends, want:’Wat je ook in de tuin doet, alles is goed.’ In de jaren tachtig was een ton sur ton bloementuin het helemaal; alle kleuren op elkaar afgestemd. Maar dat vond hij zo’n onzin:’Daar heb ik nooit aan meegedaan. Er vloekt in de natuur niets, alles wat groeit en bloeit is mooi.’ En dat blijkt ook wel als hij me een rondleiding geeft door de tuinen op het terrein van het Natuurcentrum aan het Gijsbert van Andelpark, het groen waar hij verantwoordelijk voor is, samen met twee collega-vrijwilligers. Er is een bostuin, een fruittuin en een moestuin, en overal verspreid zie je bloemen- en groenhoekjes. Ook al mag het allemaal enigszins verwilderen, alles ziet er toch verzorgd uit. Kees beaamt:’Ik heb plezier in het groen, in wat we hier doen.’ Er hangt nog een tros tomaatjes aan een van de planten, maar die zullen niet meer rijpen. De moestuin is aangelegd om aan kinderen te laten zien hoe de gewassen groeien. Kees wijst naar de boerenkool, bieslook, dille, peterselie, tijm, courgettes, pompoen en sla, en wipt de laatste aardappel uit de zwarte grond. ‘Die is vergeten met de oogst’, constateert hij. Her en der is gaas over de groente heen gespannen. ‘Dat is om ze te beschermen tegen de pauwen’, legt Kees uit.
Zinnia’s en zonnebloemen
Speciaal voor de pluk worden er zinnia’s en zonnebloemen gekweekt, vertelt Kees. ‘Zo hebben we altijd een gratis bloemetje op de tafels in het restaurant en de vergaderzaaltjes.’ Hij is inmiddels drie jaar actief in het Natuurcentrum, vanaf dat hij gevraagd werd door een kennis advies te geven over het groenkader voor de sponsorbordjes. ‘Toen kreeg ik ook het verzoek of ik de tuin mee wilde helpen onderhouden, dus dat doe ik nu twee ochtenden per week.’ Hij heeft de liefde voor- en ook de kennis van het tuinieren van kinds-af aan meegekregen. ‘Mijn vader hield veel van de grote tuin rondom ons woonhuis.’ Na zijn studie aan de Pedagogische Academie (de tegenwoordige Pabo) volgde Kees de opleiding tot bloembinder. ‘Maar bloemist zijn was het toch niet helemaal voor mij. Ik ben meer van het plantjes redden. Als iets er zielig uitziet geef ik het een tweede kans. En een bloemist kan geen oude planten verkopen, dus dat die weggegooid werden vond ik niet fijn.’ Zo ging het ook met eerder vrijwilligerswerk voor Natuurmonumenten bij Tiengemeten. ‘We moesten er de kleine waterteunisbloem opsporen en uittrekken, want dat is een invasieve exoot. Ik vond dat een moeilijk dilemma; die planten moesten dood, terwijl ze floreerden.’ Nee, dan is hij liever in het Natuurcentrum:’Hier bouw je wat op.’ Voor zijn werkzame leven ging hij het onderwijs in. Kees gaf les op scholen in Schoonhoven en Bleskensgraaf, waar hij woont, en nog één ochtend per week actief is in de schooltuin. ‘Ik heb alle leeftijden les gegeven, behalve de kleuters. Iedere dag was anders, iedere klas ook.’
Kabeljauw in kokossaus
De vrijgezel kookt elke dag voor zichzelf, en met plezier. Vanmiddag gaat Kees kabeljauw in kokossaus en kerrie maken, met rijst, doperwten en courgette, en tomatensoep vooraf. ‘Eén keer per maand eten we als broer en zussen met elkaar, en vandaag doen we dat bij mij. Behalve zij die naar Frankrijk geëmigreerd zijn.’ Een paar keer per jaar gaat hij er een weekje vakantie vieren. ‘s Winters doet Kees ‘werk waar je warm van wordt’:’Dan ben ik aan het zagen en snoeien. En ik ben dol op afstanden schaatsen, over de Graafstroom naar Kinderdijk bijvoorbeeld.’ Wat houdt hem overeind in het leven? ‘Je kunt de wereldsituatie niet helemaal buitensluiten, maar je kunt het ook niet allemaal zelf dragen, dus daar moet je een balans in vinden. En ik probeer niet al te veroordelend te zijn. Je moet ook weleens kunnen zeggen dat je het ergens niet mee eens bent, maar niet elkaar de eigen mening opleggen.’
Groen geeft voldoening
Al dat groene vrijwilligerswerk geeft hem voldoening. ‘Het biedt structuur en je ontmoet leuke mensen. Ik word er blij van, het gaat me gemakkelijk af, ik loop daar niet op leeg. En ik hoef gelukkig geen vergaderingen bij te wonen, want daar houd ik niet van.’ Hij noemt het Natuurcentrum ‘een positief gebeuren’. ‘Er worden allerlei initiatieven ontplooid. Leerlingen van het Vita College komen in de tuin helpen, er wordt een Seniorenlunch georganiseerd, je kunt workshops volgen, zo wordt de sociale samenhang versterkt’, vindt Kees. En dan is er nog de ‘Overschotel’ die in het restaurant geserveerd wordt; een diner waarbij restjes uit de supermarkten gebruikt worden. Dat principe spreekt hem erg aan. ‘Ik vind het waardevol dat mensen respect hebben voor voedsel en de natuur.’ De belangrijkste les die hij geleerd heeft:’De natuur kan het niet verkeerd doen, die heeft altijd gelijk.’
Meer informatie: www.natuurcentrumgorinchem.nl
Geschreven door Levien Vermeer
Tot stand gekomen in samenwerking met Vrijwilligerssteunpunt Gorinchem.